'Muziekreis door het Berlijn van toen en nu' is een boek dat je meeneemt langs de muziekgeschiedenis van Berlijn vanaf de jaren '20 tot nu toe. Aan bod komen o.a.: Marlene Dietrich, de danslokalen van de jaren '30, de verwoesting van de Tweede... Lees verder >>
'Muziekreis door het Berlijn van toen en nu' is een boek dat je meeneemt langs de muziekgeschiedenis van Berlijn vanaf de jaren '20 tot nu toe. Aan bod komen o.a.: Marlene Dietrich, de danslokalen van de jaren '30, de verwoesting van de Tweede Wereldoorlog in de jaren '40 en de wederopbouw die volgde, de jaren '60/'70 (DDR, ontstaan van tweedeling door de Muur), de punkscene van de jaren '70/'80, het ontstaan van de electro/technoscene tijdens en na de val van de Muur en de clubscene van vandaag de dag!
De liedboeken zijn een tastbare herinnering aan de levendige zeventiende-eeuwse liedcultuur. Jong en oud, arm en rijk: iedereen zong, van de wieg tot het graf. Natascha Veldhorst laat de diversiteit en originaliteit van het genre zien. Daarnaast bevat... Lees verder >>
De liedboeken zijn een tastbare herinnering aan de levendige zeventiende-eeuwse liedcultuur. Jong en oud, arm en rijk: iedereen zong, van de wieg tot het graf. Natascha Veldhorst laat de diversiteit en originaliteit van het genre zien. Daarnaast bevat het boek vele verrassende illustraties die onderstrepen hoezeer het zingen en de liedboeken destijds in het dagelijkse bestaan waren geïntegreerd.Liedboeken waren lange tijd enorm geliefd bij de Nederlandse bevolking. Het genre werd uitgevonden in de zestiende eeuw, maar bleef nog eeuwen daarna populair. Vooral de Gouden Eeuw kende een indrukwekkende bloei, met honderden bundels in uiteenlopende formaten, prijzen en uitvoeringen. In kwantiteit en kwaliteit was de Nederlandse situatie uniek. Nergens in Europa werden de liedboeken met zoveel energie en enthousiasme geproduceerd en aangeschaft. Zingend door het leven is gewijd aan dit fascinerende cultuurhistorische verschijnsel. Het boek gaat uitvoerig in op de vormgeving en de inhoud van de liedboeken, de verhouding tussen nieuw gecomponeerde en bestaande muziek, de invloed van uitgevers en drukkers, de connecties tussen de liedcultuur en het theater, de populariteit van amoureuze liedboeken bij de jeugd, en het verzet vanuit religieuze hoek tegen de meeslepende invloed van de muziek. Thematische hoofdstukken worden afgewisseld met twaalf korte intermezzi over afzonderlijke liedboeken, die de grote diversiteit en originaliteit van het genre laten zien. Verrassende illustraties benadrukken hoezeer de zangbundels in het dagelijks bestaan waren geïntegreerd. Liedboeken, schilderijen en prenten vormen een tastbare herinnering aan onze levendige zeventiende-eeuwse liedcultuur. Jong en oud, arm en rijk: iedereen zong, van de wieg tot het graf.
Het oorspronkelijke orgel van de Utrechtse Nicolaikerk is het oudste orgel van ons land. Het werd in 1479 gebouwd door Peter Gerritsz. Cornelis Gerritsz vernieuwde in 1547 het bovenwerk en voegde een rugpositief toe. In de 17de en 18de eeuw werkten onder... Lees verder >>
Het oorspronkelijke orgel van de Utrechtse Nicolaikerk is het oudste orgel van ons land. Het werd in 1479 gebouwd door Peter Gerritsz. Cornelis Gerritsz vernieuwde in 1547 het bovenwerk en voegde een rugpositief toe. In de 17de en 18de eeuw werkten onder anderen Dirck Petersz de Swart, Jacob Jansz van Lin, Galtus van Hagerbeer, Johan Nicolaas Heerman en Christian Müller aan het instrument.In 1886 kreeg de Nicolaikerk een nieuw orgel. Het oude werd overgebracht naar het Rijksmuseum, waar het tot 1940 – zij het niet bespeelbaar – heeft gehangen. Bij de ontruiming van het museum wegens de dreigende oorlog werd het gedemonteerd en opgeslagen, waarna de kas in 1952 in bruikleen werd gegeven aan de Koorkerk in Middelburg. Inmiddels ijvert de Stichting Peter Gerritsz orgel voor de hereniging van kas en binnenwerk in de kerk waarvoor het orgel ooit werd gebouwd.In ruim 15 jaar onderzoek naar het Nicolai-orgel vergaarde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een schat aan kennis over deze oude klankbron. Deel 10 in de serie Nederlandse Orgelmonografieën presenteert de eerste resultaten van dit onderzoek. Hoofdstukken over de geschiedenis van het gebouw en over de rol van het orgel in de laatmiddeleeuwse liturgie plaatsen het instrument in een bredere context.Een eerbetoon aan dit fascinerende orgel, dat als geen ander getuigenis aflegt van de allervroegste Nederlandse orgelbouw.Deel 10 in de serie Nederlandse Orgelmonografieën Uitgave in samenwerking met de Rijkdsdienst voor het Cultureel Erfgoed
Het Gregoriaans is de oudste muziek van West-Europa die bewaard is gebleven. Het heeft zich, tijdens de barre eeuwen van de Grote Volksverhuizing, ontwikkeld uit elementen die het christendom aan de synagoge ontleende, en kreeg gestalte in de kloosters... Lees verder >>
Het Gregoriaans is de oudste muziek van West-Europa die bewaard is gebleven. Het heeft zich, tijdens de barre eeuwen van de Grote Volksverhuizing, ontwikkeld uit elementen die het christendom aan de synagoge ontleende, en kreeg gestalte in de kloosters en zangcolleges van Rome. Zoals wij het nu kennen, werd het – vanaf de negende eeuw – op schrift gezet in het rijk van de Karolingers, waar vooral de koorschool van Metz internationale faam had verworven. Het notenschrift kwam nog maar juist op tijd: de Germaanse inbreng leidde tot een koerswijziging in de Europese muziekgeschiedenis, waardoor het zuidelijke en zelfs nog half-oosterse Gregoriaans geleidelijk geïsoleerd kwam te staan. Het is vreemd dat over de muzikale cultuur van die donkere eeuwen in onze taal eigenlijk geen goed handboek te vinden is. Misschien was het wachten op een tijd als de onze, waarin we het Gregoriaans in een ander perspectief kunnen zien: meer als cultureel erfgoed dan als verplicht bestanddeel van een rooms-katholieke eredienst waarmee niet iedereen binding heeft. In het eerste, grootste gedeelte van dit boek wordt met forse, zekere streken een portret geschilderd van die lange eeuwen waarin de onwereldse, naar binnen gerichte gezangen van het Gregoriaans zijn ontstaan. In het tweede gedeelte wordt, toegelicht door muziekvoorbeelden in moderne transcriptie, een ook voor geïnteresseerde leken toegankelijke schets gegeven van de opbouw en de structuur van het Gregoriaans. Het boek verscheen oorspronkelijk in 1981. Etty Mulder verzorgde een nieuwe inleiding.
Leo Boudewijns bekleedde de afgelopen 50 jaar tal van commerciële en artistieke functies in de muziekwereld. Hij kent de branche van de 'ingeblikte muziek' als geen ander. Maar omdat hij zelf geen musicus is, voelt hij zich daar nog steeds te gast. De... Lees verder >>
Leo Boudewijns bekleedde de afgelopen 50 jaar tal van commerciële en artistieke functies in de muziekwereld. Hij kent de branche van de 'ingeblikte muziek' als geen ander. Maar omdat hij zelf geen musicus is, voelt hij zich daar nog steeds te gast. De platenindustrie is hem dierbaar, maar hij beziet haar graag met ironie en milde spot. Voor deze uitgave selecteerde hij zijn beste en geestigste verhalen over de wereld van de muziek, de platenbusiness en de radio. Onderhoudende belevenissen, ontmoetingen en ontdekkingen, die ook zonder bijzondere kennis van (klassieke) muziek zeer genietbaar zijn. Boudewijns ontpopt zich als een meeslepend verteller, die gretig wijst op onbekende muzikale kleinoden, zoals de liederen van Liza Lehmann en Eric Coates, of de musicals van Ivor Novello. Hij doet verslag van zijn klassieke hersenspoeling aan het Meer van Genève, een troosteloos bezoek aan Edisons spookfabriek, zijn eerste interview met Robert en Einzi Stolz. Aan bod komen de geschiedenis van de Londense Proms, de platenwinkel van weleer, en de muzikaalste villa van Baarn. Met grote genegenheid beschrijft hij zijn ervaringen met Aafje Heynis, Herman Prey, Elly Ameling, Aukelien van Hoytema, Caroline Kaart, Joan Sutherland, Slava Rostropovitsj, Claudio Arrau, Sir Neville Marriner en vele andere muzikale kopstukken.
De componist Constant van de Wall klaagde dat Indische componisten in de muziekgeschiedenis niet werden opgemerkt of domweg werden overgeslagen. De oostenwind waait naar het westen haalt Indische componisten en Indische composities eindelijk uit de... Lees verder >>
De componist Constant van de Wall klaagde dat Indische componisten in de muziekgeschiedenis niet werden opgemerkt of domweg werden overgeslagen. De oostenwind waait naar het westen haalt Indische componisten en Indische composities eindelijk uit de vergetelheid. Henk Mak van Dijk vertelt het fascinerende levensverhaal van componisten, die zich lieten inspireren door gamelan- en krontjongmuziek zoals Constant van de Wall, Paul Seelig, Linda Bandara, Bernhard van den Sigtenhorst Meyer, Frans Wiemans, Theo Smit Sibinga en Fred Belloni. Frans Schreuder beschrijft in zijn bijdrage aan dit boek de ontwikkeling van het Europese muziekleven in Indië. De cd bij dit boek geeft unieke voorbeelden van muziek uit Indië in oude en nieuwe opnamen: gamelanmuziek, besproken door Jaap Kunst, historische opnamen van Constant van de Wall met zijn vrouw Maria, krontjong van Belloni en het orkest Eurasia, en opnamen van Renate Arends, zang en Henk Mak van Rijk, piano. Archiefmateriaal vormt de belangrijkste bron van informatie over Indische componisten en hun muziek, aangevuld met gesprekken met nazaten, materiaal afkomstig uit privécollecties en berichten uit de Nederlandse en Indische pers. Met de talloze foto's en afbeeldingen levert dit een uniek boek op over de verzonken wereld van de Indische componisten.
2 boeken
Deze encyclopedie bestrijkt geheel het veelomvattende gebied van de toonkunst. Over biografie, geschiedenis, theorie en praktijk der muziek Verschaft zij inlichtingen. De muziekliefhebber kan en overzichtelijk de voornaamste gegevens vinden... Lees verder >>
2 boeken
Deze encyclopedie bestrijkt geheel het veelomvattende gebied van de toonkunst. Over biografie, geschiedenis, theorie en praktijk der muziek Verschaft zij inlichtingen. De muziekliefhebber kan en overzichtelijk de voornaamste gegevens vinden over de levensloop, de werken, de stijl en de bedoeling van de scheppende kunstenaars. De voornaamste figuren onder dezen worden uitvoerig behandeld, maar naast de grote 'klassieken' vindt men er de modernen en ultra modernen, naast de 'serieuze' musici de mannen van de 'amusementsmuziek', naast de componisten ook de uitvoerende kunstenaars, zodat in bonte mengeling de 15e eeuwse kerkmusicus Adam van Fulda en de minnezanger Adam de la Halle uit de 13e eeuw worden aangetroffen naast de vorige eeuwse operacomponist A. C. Adam en onze tijdgenoot, de dirigent Maxinus Adam. De radioluisteraar vindt er een uiteenzetting over de fuga en de suite, een helder overzicht over de vormen die de symfonie in de loop der tijden heeft aangenomen of over de ontwikkeling van het muziekleven in Oostenrijk of Polen. Komt de vraag op wat 'malinconico' wil zeggen, wat 'mordent' betekent, wat een 'theorie' is, wat men onder een 'zigeunertoonladder' verstaat... op al deze en 1001 andere vragen zal de encyclopedie de gebruiker zelden zonder antwoord laten. Deze zal daarbij bemerken dat aan het Nederlandse muziekleven een bijzondere aandacht is geschonken.
Hoe herken je Gregoriaans, muziek uit de Renaissance, Barokmuziek, muziek uit de Klassieke periode, Romantiek, Impressionisme, Expressionisme?
Ervaren beluisteraars van klassieke muziek kunnen op het gehoor meestal wel 'intuitief' vaststellen uit welke... Lees verder >>
Hoe herken je Gregoriaans, muziek uit de Renaissance, Barokmuziek, muziek uit de Klassieke periode, Romantiek, Impressionisme, Expressionisme?
Ervaren beluisteraars van klassieke muziek kunnen op het gehoor meestal wel 'intuitief' vaststellen uit welke stijlperiode een compositie ongeveer stamt ("O ja, dat is typisch Barokmuziek"), maar vinden het vaak moeilijk te verwoorden waarom dat zo is. Hiertoe is het belangrijk kennis te hebben van de ontwikkeling van stijlkenmerken in de muziekgeschiedenis, waaraan verrassend `logische' patronen ten grondslag blijken te liggen.
Dit boek legt die patronen in grote lijnen bloot. Daartoe worden de verschillende stijlperioden onderworpen aan een analyse van stijlkenmerken als stemvoering, toonomvang, toonstelsel, melodievorming, ritmiek, harmonie, structuur, verhouding van tekst en muziek. De behandelde stijlperioden zijn: Middeleeuwen, Renaissance, Barok, de Klassieke periode, Romantiek, Impressionisme en de Twintigste eeuw (Expressionisme, Neoclassicisme en enkele `moderne' stromingen).
Dit boek (inclusief een zeer uitgebreide verklarende woordenlijst en een cd met 38 luistervoorbeelden) biedt een compacte cursus voor muziekleerlingen en -studenten en een ieder die een handzaam overzicht wil hebben van de muzikale stijlgeschiedenis. Kennis van de stijlgeschiedenis en luistervaardigheid gaan hand in hand. Het uiteindelijke doel van dit boek is dan ook de vergroting van de luistervaardigheid.
De pers:"Zeer goed boek."- Leesidee, juni 2000
"Voor studenten conservatorium een directe aanrader"- M&O, november/december 1999
De auteur:Wouter Steffelaar is als docent Muziekwetenschap verbonden aan de Open Universiteit.
Felle discussie in negentiende eeuw over ware betekenis van muziek. Heeft instrumentale muziek een betekenis? Is vocale muziek waarin muziek en tekst betekenisvol samengaan superieur aan de abstracte klank? Is een kunstwerk waarin tekst en muziek ook nog... Lees verder >>
Felle discussie in negentiende eeuw over ware betekenis van muziek. Heeft instrumentale muziek een betekenis? Is vocale muziek waarin muziek en tekst betekenisvol samengaan superieur aan de abstracte klank? Is een kunstwerk waarin tekst en muziek ook nog harmonisch samengaan met toneel niet te beschouwen als waardevoller dan alle andere uitingsvormen en dus te prefereren? In de negentiende eeuw waren dit prangende vragen in Nederland.
Een cursus in boekvorm inclusief twee cd's die antwoord geeft op veelgestelde vragen over klassiek muziek, maar die eveneens, aan de hand van muziekvoorbeelden door de muziekgeschiedenis heenloopt, van barok tot en met de 20e eeuw. Alle muziek wordt... Lees verder >>
Een cursus in boekvorm inclusief twee cd's die antwoord geeft op veelgestelde vragen over klassiek muziek, maar die eveneens, aan de hand van muziekvoorbeelden door de muziekgeschiedenis heenloopt, van barok tot en met de 20e eeuw. Alle muziek wordt toegelicht in het prachtige boek (met tijdsaanduiding), waardoor de luisteraar al lezend en luisterend in de gaten krijgt hoe muziekstukken worden opgebouwd. Op de cd's wordt niet gesproken en valt er volledig muzikaal te genieten van o.a. Purcell, Vivaldi, Weiss, Bach, Mozart, Haydn, Beethoven, Berlioz, Tsjaikovski, Chopin, Rimski-Korsakov, Moessorgski, Mahler, Debussy, Ravel, Bartok, Stravinski en Britten.
De twee delen van de Atlas van de muziek nu als voordelige set bij elkaar in één praktische cassette voor de aantrekkelijke prijs van € 39,90!!Uw voordeel: € 13,90!!Atlas van de muziekDeel 1: Middeleeuwen en Renaissance286 pagina"s,... Lees verder >>
De twee delen van de Atlas van de muziek nu als voordelige set bij elkaar in één praktische cassette voor de aantrekkelijke prijs van € 39,90!!Uw voordeel: € 13,90!!Atlas van de muziekDeel 1: Middeleeuwen en Renaissance286 pagina"s, geïllustreerd5e, bijgewerkte druk, 2005 - € 26,90Atlas van de muziekDeel 2: Van barok tot heden315 pagina"s, geïllustreerd5e, bijgewerkte druk, 2005 - € 26,90
Recensie(s)
NBD|Biblion recensieTweedelige, van muziekvoorbeelden voorzien overzicht van de theorie en geschiedenis van (vooral) de westerse klassieke muziek. In deel 1 eerst een systematisch gedeelte met uiteenzettingen van algemene begrippen als akoestiek, gehoor, instrumentenkunde, muziekleer en vormleer. Daarna volgt een historisch gedeelte over de geschiedenis van de muziek, van de Prehistorie, Oudheid en Middeleeuwen tot en met de Renaissance. Deel 2 vervolgt het historisch overzicht vanaf Barok tot heden. Het opmerkelijke van deze 'atlas' is de nauwgezette bijwerking tot aan de jongste muziekwetenschappelijke bevindingen en de goede aanpassing door de bewerker aan de Nederlandse situatie. Verder is consequent in beide delen de linkerpagina gereserveerd voor grafieken in kleurendruk en notenvoorbeelden. Behalve een schools handboek, met een zeer compacte en geintegreerde leerstof, is het ook een betrouwbaar naslagwerk dat in zijn handzame vormgeving veel musici en muziekliefhebbers van pas zal komen. Het lettertype is wel aan de kleine kant. Een uiterst verzorgde en ongetwijfeld grif geraadpleegde atlas, met literatuuropgaven en een handzaam personen- en zakenregister. Zoals eerdere drukken is ook deze vijfde weer licht gecorrigeerd en geactualiseerd.(NBD|Biblion recensie, Redactie)
Er bestaan niet zoveel omvattende studies over Nederlandse muziek in de 20ste eeuw. Leesbare monografieën over de meest vooraanstaande twintigsteeeuwse componisten zijn er nauwelijks. Nederlandse muziek in de 20-ste eeuw, voor het eerst gepubliceerd in... Lees verder >>
Er bestaan niet zoveel omvattende studies over Nederlandse muziek in de 20ste eeuw. Leesbare monografieën over de meest vooraanstaande twintigsteeeuwse componisten zijn er nauwelijks. Nederlandse muziek in de 20-ste eeuw, voor het eerst gepubliceerd in 1986, geldt nog steeds als hét enige uitgebreide overzicht van Nederlandse muziek in zijn soort.
Deze nieuwe editie is uitgebreid en bestrijkt nu de gehele twintigste eeuw. Het boek behandelt het muzikale leven in Nederland zoals de diverse instellingen, orkesten en het subsidiesysteem. Maar ook de muziek zelf komt uitgebreid aan bod. Samama stelt zes belangrijke componisten en hun werk centraal: Matthijs Vermeulen, Willem Pijper, Henk Badings, Rudolf Escher, Ton de Leeuw en Tristan Keuris.
Ook de ontwikkeling van de maatschappelijke positie van de musicus neemt in dit boek een belangrijke plaats in, naast de positie en de productie van de scheppende kunstenaars. Niet eerder zijn de Nederlandse muziek en het muzikale leven in zulk detail beschreven met zoveel kennis en inzicht van binnenuit.
De Russische muziek staat op dit moment in de belangstelling, getuige onder andere de populariteit van Valery Gergejev en zijn Rotterdamse muziekfestivals. Deze belangstelling bestaat over de volle breedte van het repertoire van een groot aantal... Lees verder >>
De Russische muziek staat op dit moment in de belangstelling, getuige onder andere de populariteit van Valery Gergejev en zijn Rotterdamse muziekfestivals. Deze belangstelling bestaat over de volle breedte van het repertoire van een groot aantal Russische componisten, van Glinka tot Sjostakovitsj.
De kennis over deze muziek en haar achtergronden loopt sterk achter bij haar populariteit. De herziene uitgave van de Geschiedenis van de Russische muziek voorziet in de behoefte aan een analytische geschiedenis, met aandacht voor de achterliggende geschiedenis van ideeen, cultuur en politiek.
Tussen 1933 en 1945 zijn complete bevolkingsgroepen van de aardbodem verdwenen. Onder hen ontelbaar veel uitvoerende en scheppende musici. De namen die we onthouden hebben, die we nog kennen of weer hebben leren kennen, vormen slechts een klein deel van... Lees verder >>
Tussen 1933 en 1945 zijn complete bevolkingsgroepen van de aardbodem verdwenen. Onder hen ontelbaar veel uitvoerende en scheppende musici. De namen die we onthouden hebben, die we nog kennen of weer hebben leren kennen, vormen slechts een klein deel van wat verloren is gegaan.
Een themaproject over 'entartete Musik', zoals Jan Zekveld voor de Zaterdagmatinee in samenwerking met Michael Haas over meerdere series in het seizoen 2004-2005 geprogrammeerd heeft, is de aanleiding voor een boek over dat thema in het Nederlands. Vooraanstaande auteurs als Michael von der Linn, Christopher Hailey, Michael Haas, Albrecht Dümling, Susan Cook, Hartmuth Krones, Emanuel Overbeeke en Leo Samama besteden aandacht aan wat Entartete Musik is, hoe de nazi's met de door hen verboden muziek en uitgebannen musici om zijn gegaan, wat er in Centraal-Europa aan voorafging en wat er na de oorlog met de als 'entartet' bestempelde muziek en hun scheppers gebeurd is.
Het verhaal over de 'entartete Musik' betreft ook de mensen die haar maakten, uitvoerden, ervan leefden. Duizenden musici werden na 1933 door de nieuwe wetten en verordeningen van het nazi-bewind getroffen, gedwongen te emigreren, beknot in hun mogelijkheden, maar ook gevangen gezet en tenslotte vermoord. Binnen een enkele generatie had het culturele hart van Centraal-Europa een totaal ander aanzien gekregen. Na de oorlog kon slechts een fractie van wat voorheen was, hersteld worden. Nog steeds, inmiddels al meer dan zeventig jaar na de machtsovername van de nazi's kunnen we ons nauwelijks een beeld vormen van wat was en wat verloren is gegaan. Dit boek hoopt daaraan een kleine bijdrage te kunnen leveren.
Leo Samama (1951) studeerde muziekwetenschappen in Utrecht en compositie bij Rudolf Escher. Hij was als docent verbonden aan het Utrechts Conservatorium en de Universiteit Utrecht, als programmeur aan de NCRV, het Residentie Orkest, de Nederlandse Muziekdagen 2001 en tal van podium- en radioprojecten. Zijn composities worden veelvuldig uitgevoerd. Zijn boek Zeventig jaar Nederlandse muziek, 1915-1985 is een erkend standaardwerk.
Emanuel Overbeeke (1958) studeerde muziekwetenschap in Utrecht bij Marius Flothuis en in New York bij Charles Rosen.Hij schreef Het dilettantenmasker afgelegd - Vestdijk en de muziek (Leiden 1991), Muzikale dubbellevens - composities met een tweede naam (Utrecht 1991), Stravinsky in de spiegel van zijn tijd (Bloemendaal 1994), Klassieke muziek - over Vivaldi en Stravinsky (Utrecht 1995), Chopin - De man en zijn muziek (Utrecht 1999),Zwanenzangen - klassieke componisten en de dood (Baarn 2001). Daarnaast publiceerde hij artikelen en programmatoelichtingen en recensies van boeken en cd's. Binnenkort verschijnt Claude Debussy - leven en werken.
In de zeventiende eeuw ging vrijwel iedere toneelvoorstelling gepaard met muziek. Er werd niet alleen gemusiceerd tussen de bedrijven, maar ook in het toneelstuk zelf. Muziek diende als achtergrond en versiering en was functioneel geïntegreerd in de... Lees verder >>
In de zeventiende eeuw ging vrijwel iedere toneelvoorstelling gepaard met muziek. Er werd niet alleen gemusiceerd tussen de bedrijven, maar ook in het toneelstuk zelf. Muziek diende als achtergrond en versiering en was functioneel geïntegreerd in de handeling van het drama. Uit de rekeningen van de Amsterdamse Schouwburg blijkt dat men professionele musici in dienst had; daarnaast werd er gezongen en gedanst door de acteurs.In navolging van buitenlandse toneelmuziekstudies wordt in dit boek voor het eerst uitvoerig aandacht besteed aan de zeventiende-eeuwse theatermuziek in de Nederlanden. Centraal staat de toneeldichter Jan Harmensz Krul, die de muziek op vakkundige manier in zijn toneelstukken verweefde en die in 1634 de Amsterdamse Musyck-kamer oprichtte – een stichting die geheel gewijd was aan het samengaan van poëzie en muziek op hettoneel. Aan de hand van vijf karakteristieke muzikale scènes uit zijn werk (de wachterscène, gevangenisscène, serenade, offerscène en slaapscène) wordt een beeld geschetst van de toenmalige Amsterdamse toneelmuziekpraktijk.Zulke muzikale scènes waren ook geliefd bij andere toneeldichters, in binnen- en buitenland. Zij hadden voor het publiek een signaalfunctie: het waren direct herkenbare situaties, ijkpunten in het drama, die standaard met muziek werden geassocieerd. Dichters varieerden hierop naar hartelust. Voor toneelschrijver en toeschouwer waren die stereotiepemuzikale scènes wat muziek was voor de personages in de toneelstukken: een effectief middel om te manipuleren – een perfecte verleiding, van oog, oor en hart.
Helder en informatief naslagwerk over de geschiedenis van het kerklied en de kerkmuziek.
Aan de bijbelse opdracht 'houdt dan de lofzang gaande' ; is in de geschiedenis door de kerk op zeer gevarieerde wijze vormgegeven. Onder invloed van onder andere de... Lees verder >>
Helder en informatief naslagwerk over de geschiedenis van het kerklied en de kerkmuziek.
Aan de bijbelse opdracht 'houdt dan de lofzang gaande' ; is in de geschiedenis door de kerk op zeer gevarieerde wijze vormgegeven. Onder invloed van onder andere de muzikale cultuur en de theologie kreeg het kerklied steeds een andere vorm en plaats binnen de eredienst.
Zo gaven de verschillende kerkelijke tradities binnen het christendom ieder hun eigen kleur aan het kerklied en op tal van momenten in de kerkgeschiedenis was het kerklied een aanleiding tot felle conflicten. In Het kerklied wordt een boeiend overzicht geboden van de geschiedenis en de verschillende vormen van het kerklied binnen de christelijke kerk van het Westen.
Beginnend bij de Vroege Kerk beschrijven de auteurs de ontwikkeling van het kerklied in de (oud)katholieke, de anglicaanse, de lutherse en de calvinistische traditie tot op dit moment. Ook de kleinere stromingen en recente ontwikkelingen komen aan de orde. De auteurs plaatsten het beschreven kerklied steeds in de culturele en theologische context van de betreffende tijd. Het kerklied is een toegankelijk naslagwerk voor eenieder die zich wil verdiepen in de kerkmuziek....
De auteur:Aan dit boek werden bijdragen geleverd door prof.dr. J.P. Boendermaker, drs. P. Endedijk, drs. M.J.M. Hoondert, H. Jansen dr. J.R. Luth, drs. H. Mudde, J. Pasveer, dr. K. Ouwens, dr. J. Smelik, mgr.drs. J.W.M. Valkestein, .dr. A.M.J. Zijlstra.