Een overzicht van de geschiedenis en de filosofie van de klassieke muziek
Een kenner op het gebied van de klassieke muziek _ wie wil dat nou niet zijn? In Ongehoorde symfonie legt André Klukhuhn de filosofie en afkomst van de klassieke muziek op... Lees verder >>
Een overzicht van de geschiedenis en de filosofie van de klassieke muziek
Een kenner op het gebied van de klassieke muziek _ wie wil dat nou niet zijn? In Ongehoorde symfonie legt André Klukhuhn de filosofie en afkomst van de klassieke muziek op toegankelijke wijze bloot. Hij geeft op even komische als boeiende wijze een overzicht van de belangrijkste stromingen en tijdperken en de bijbehorende westerse componisten: van rococo en romantiek tot postmodernisme, en van Keppler en Händel tot Wagner en Orff. De betekenis van de 'kosmische harmonie', het raakvlak tussen muziek en wiskunde, loopt als een rode draad door het verhaal heen.Het is goed mogelijk dat door het lezen van dit eerste Nederlandse overzichtswerk van de klassieke muziek het luisteren ernaar nog boeiender - of troostrijker, verheffender of ontspannener - wordt dan het altijd al was. Ongehoorde symfonie is een zeer vermakelijk en informatief boek, bestemd voor iedereen die van muziek houdt.André Klukhuhn, scheikundige en filosoof, is een van de bijzonderste wetenschappers van Nederland. In 2003 verscheen zijn grote boek De geschiedenis van het denken, dat een heuse filosofiebestseller werd. Dit boek werd in 2008 opgevolgd door Alle mensen heten Janus, over het verbond tussen filosofie, wetenschap en kunst.Over De geschiedenis van het denken:'Het hoofdstuk over het fascinerende verschijnsel van de "serendipiteit" en dat over de "grote natuurwetenschappelijke theorieën" zijn een feest om te lezen. Hier is de schrijver op zijn best.' de volkskrant'Klukhuhns soepel geschreven boek is een prima middel om kennis te nemen van de huidige stand van zaken, met name in de wetenschap, die van hem toch de meeste aandacht krijgt.' trouw
Veel blazers in Nederlandse orkesten hebben ooit gespeeld bij muziekensemble Contraint. Een geschiedenis. Contraint zocht vanaf het begin qua programmering nadrukkelijk naar een eigen stempel. Avant-garde, neoclassicisme, dodekafonie, Franse esthetiek,... Lees verder >>
Veel blazers in Nederlandse orkesten hebben ooit gespeeld bij muziekensemble Contraint. Een geschiedenis. Contraint zocht vanaf het begin qua programmering nadrukkelijk naar een eigen stempel. Avant-garde, neoclassicisme, dodekafonie, Franse esthetiek, door jazz of folkore beïnvloede muziek, arrière-garde, nieuwe muziek van eigen bodem. Met CD met o.a. Antheils A Jazz Symfony.
Chanson bevat een hoogst originele en vermakelijke alternatieve geschiedenis van Frankrijk. Aan de hand van de bekendste Franse chansons wekt Bart Van Loo historische gebeurtenissen en figuren tot leven. In Van Loo's boek leren Françoise Hardy en... Lees verder >>
Chanson bevat een hoogst originele en vermakelijke alternatieve geschiedenis van Frankrijk. Aan de hand van de bekendste Franse chansons wekt Bart Van Loo historische gebeurtenissen en figuren tot leven. In Van Loo's boek leren Françoise Hardy en Jacques Dutronc elkaar kennen dankzij Hendrik IV, dolt Serge Gainsbourg met de Marseillaise en belandt Vanessa Paradis in de Eerste Wereldoorlog. Wie pinkte geen traan weg bij Ne me quitte pas? Wie ging niet ooit uit de bol op Alexandrie Alexandra? Wie droomde er nooit van de liefde te bedrijven op Je t'aime moi non plus De verhalen achter deze onsterfelijke songs van Jacques Brel, Claude François en Serge Gainsbourg zijn minder bekend. Voor Bart Van Loo vormen ze de aanleiding voor een wonderlijke vertelling. Hij wandelt door de straten van Parijs, laat chansons in zijn hoofd weerklinken en brengt de Franse geschiedenis swingend tot leven. Radio Klara zendt in het najaar een reeks uit gebaseerd op Chanson.
De Edison werd voor het eerst uitgereikt in 1960 en is daarmee de oudste muziekprijs van Nederland. Dit boek staat uitgebreid stil bij de verschillende manifestaties die de Edison-uitreiking de afgelopen 50 jaar heeft gekend. De mooiste anekdotes zijn... Lees verder >>
De Edison werd voor het eerst uitgereikt in 1960 en is daarmee de oudste muziekprijs van Nederland. Dit boek staat uitgebreid stil bij de verschillende manifestaties die de Edison-uitreiking de afgelopen 50 jaar heeft gekend. De mooiste anekdotes zijn verzameld, er wordt een blik gegund op de organisatorische besluitvorming en ingegaan op de vele meningen en reacties die het fenomeen Edison heeft losgemaakt. Want roddels, rellen en ruzies waren er te over, nieuws voor de showpaginas was er altijd. Een alomvattend boek over de meest gezaghebbende Nederlandse muziekprijs
In Onder stroom schetst Jacqueline Oskamp de geschiedenis van de elektronische muziek in Nederland. Terwijl vanaf 1950 in Frankrijk en Duitsland dictatoriale persoonlijkheden aan het werk zijn, zoals Pierre Boulez in Parijs en Karlheinz Stockhausen in... Lees verder >>
In Onder stroom schetst Jacqueline Oskamp de geschiedenis van de elektronische muziek in Nederland. Terwijl vanaf 1950 in Frankrijk en Duitsland dictatoriale persoonlijkheden aan het werk zijn, zoals Pierre Boulez in Parijs en Karlheinz Stockhausen in Keulen, treffen we in Nederland een anarchistisch rommeltje aan van professionele en privestudios bevolkt door een handvol flamboyante talenten.Een utopisch geloof in de techniek kleurt de opkomst van de elektronische muziek. Experimentele componisten herkennen in die techniek het perfecte instrument om het naoorlogse levensgevoel uit te drukken: rationeel en boordevol letterlijk ongehoorde mogelijkheden.
'Muziekreis door het Berlijn van toen en nu' is een boek dat je meeneemt langs de muziekgeschiedenis van Berlijn vanaf de jaren '20 tot nu toe. Aan bod komen o.a.: Marlene Dietrich, de danslokalen van de jaren '30, de verwoesting van de Tweede... Lees verder >>
'Muziekreis door het Berlijn van toen en nu' is een boek dat je meeneemt langs de muziekgeschiedenis van Berlijn vanaf de jaren '20 tot nu toe. Aan bod komen o.a.: Marlene Dietrich, de danslokalen van de jaren '30, de verwoesting van de Tweede Wereldoorlog in de jaren '40 en de wederopbouw die volgde, de jaren '60/'70 (DDR, ontstaan van tweedeling door de Muur), de punkscene van de jaren '70/'80, het ontstaan van de electro/technoscene tijdens en na de val van de Muur en de clubscene van vandaag de dag!
Het oorspronkelijke orgel van de Utrechtse Nicolaikerk is het oudste orgel van ons land. Het werd in 1479 gebouwd door Peter Gerritsz. Cornelis Gerritsz vernieuwde in 1547 het bovenwerk en voegde een rugpositief toe. In de 17de en 18de eeuw werkten onder... Lees verder >>
Het oorspronkelijke orgel van de Utrechtse Nicolaikerk is het oudste orgel van ons land. Het werd in 1479 gebouwd door Peter Gerritsz. Cornelis Gerritsz vernieuwde in 1547 het bovenwerk en voegde een rugpositief toe. In de 17de en 18de eeuw werkten onder anderen Dirck Petersz de Swart, Jacob Jansz van Lin, Galtus van Hagerbeer, Johan Nicolaas Heerman en Christian Müller aan het instrument.In 1886 kreeg de Nicolaikerk een nieuw orgel. Het oude werd overgebracht naar het Rijksmuseum, waar het tot 1940 – zij het niet bespeelbaar – heeft gehangen. Bij de ontruiming van het museum wegens de dreigende oorlog werd het gedemonteerd en opgeslagen, waarna de kas in 1952 in bruikleen werd gegeven aan de Koorkerk in Middelburg. Inmiddels ijvert de Stichting Peter Gerritsz orgel voor de hereniging van kas en binnenwerk in de kerk waarvoor het orgel ooit werd gebouwd.In ruim 15 jaar onderzoek naar het Nicolai-orgel vergaarde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een schat aan kennis over deze oude klankbron. Deel 10 in de serie Nederlandse Orgelmonografieën presenteert de eerste resultaten van dit onderzoek. Hoofdstukken over de geschiedenis van het gebouw en over de rol van het orgel in de laatmiddeleeuwse liturgie plaatsen het instrument in een bredere context.Een eerbetoon aan dit fascinerende orgel, dat als geen ander getuigenis aflegt van de allervroegste Nederlandse orgelbouw.Deel 10 in de serie Nederlandse Orgelmonografieën Uitgave in samenwerking met de Rijkdsdienst voor het Cultureel Erfgoed
Leo Boudewijns bekleedde de afgelopen 50 jaar tal van commerciële en artistieke functies in de muziekwereld. Hij kent de branche van de 'ingeblikte muziek' als geen ander. Maar omdat hij zelf geen musicus is, voelt hij zich daar nog steeds te gast. De... Lees verder >>
Leo Boudewijns bekleedde de afgelopen 50 jaar tal van commerciële en artistieke functies in de muziekwereld. Hij kent de branche van de 'ingeblikte muziek' als geen ander. Maar omdat hij zelf geen musicus is, voelt hij zich daar nog steeds te gast. De platenindustrie is hem dierbaar, maar hij beziet haar graag met ironie en milde spot. Voor deze uitgave selecteerde hij zijn beste en geestigste verhalen over de wereld van de muziek, de platenbusiness en de radio. Onderhoudende belevenissen, ontmoetingen en ontdekkingen, die ook zonder bijzondere kennis van (klassieke) muziek zeer genietbaar zijn. Boudewijns ontpopt zich als een meeslepend verteller, die gretig wijst op onbekende muzikale kleinoden, zoals de liederen van Liza Lehmann en Eric Coates, of de musicals van Ivor Novello. Hij doet verslag van zijn klassieke hersenspoeling aan het Meer van Genève, een troosteloos bezoek aan Edisons spookfabriek, zijn eerste interview met Robert en Einzi Stolz. Aan bod komen de geschiedenis van de Londense Proms, de platenwinkel van weleer, en de muzikaalste villa van Baarn. Met grote genegenheid beschrijft hij zijn ervaringen met Aafje Heynis, Herman Prey, Elly Ameling, Aukelien van Hoytema, Caroline Kaart, Joan Sutherland, Slava Rostropovitsj, Claudio Arrau, Sir Neville Marriner en vele andere muzikale kopstukken.
2 boeken
Deze encyclopedie bestrijkt geheel het veelomvattende gebied van de toonkunst. Over biografie, geschiedenis, theorie en praktijk der muziek Verschaft zij inlichtingen. De muziekliefhebber kan en overzichtelijk de voornaamste gegevens vinden... Lees verder >>
2 boeken
Deze encyclopedie bestrijkt geheel het veelomvattende gebied van de toonkunst. Over biografie, geschiedenis, theorie en praktijk der muziek Verschaft zij inlichtingen. De muziekliefhebber kan en overzichtelijk de voornaamste gegevens vinden over de levensloop, de werken, de stijl en de bedoeling van de scheppende kunstenaars. De voornaamste figuren onder dezen worden uitvoerig behandeld, maar naast de grote 'klassieken' vindt men er de modernen en ultra modernen, naast de 'serieuze' musici de mannen van de 'amusementsmuziek', naast de componisten ook de uitvoerende kunstenaars, zodat in bonte mengeling de 15e eeuwse kerkmusicus Adam van Fulda en de minnezanger Adam de la Halle uit de 13e eeuw worden aangetroffen naast de vorige eeuwse operacomponist A. C. Adam en onze tijdgenoot, de dirigent Maxinus Adam. De radioluisteraar vindt er een uiteenzetting over de fuga en de suite, een helder overzicht over de vormen die de symfonie in de loop der tijden heeft aangenomen of over de ontwikkeling van het muziekleven in Oostenrijk of Polen. Komt de vraag op wat 'malinconico' wil zeggen, wat 'mordent' betekent, wat een 'theorie' is, wat men onder een 'zigeunertoonladder' verstaat... op al deze en 1001 andere vragen zal de encyclopedie de gebruiker zelden zonder antwoord laten. Deze zal daarbij bemerken dat aan het Nederlandse muziekleven een bijzondere aandacht is geschonken.
Felle discussie in negentiende eeuw over ware betekenis van muziek. Heeft instrumentale muziek een betekenis? Is vocale muziek waarin muziek en tekst betekenisvol samengaan superieur aan de abstracte klank? Is een kunstwerk waarin tekst en muziek ook nog... Lees verder >>
Felle discussie in negentiende eeuw over ware betekenis van muziek. Heeft instrumentale muziek een betekenis? Is vocale muziek waarin muziek en tekst betekenisvol samengaan superieur aan de abstracte klank? Is een kunstwerk waarin tekst en muziek ook nog harmonisch samengaan met toneel niet te beschouwen als waardevoller dan alle andere uitingsvormen en dus te prefereren? In de negentiende eeuw waren dit prangende vragen in Nederland.
Aan de hand van voorbeelden van invloedrijke twintigste eeuwse componisten, onderzoekt Ton de Leeuw de fundamentele muzikale elementen zoals ritme, melodie, samenklank en timbre. Deze heldere analyse verschaft een breder inzicht in concepten die nooit... Lees verder >>
Aan de hand van voorbeelden van invloedrijke twintigste eeuwse componisten, onderzoekt Ton de Leeuw de fundamentele muzikale elementen zoals ritme, melodie, samenklank en timbre. Deze heldere analyse verschaft een breder inzicht in concepten die nooit tevoren systematisch onderzocht waren, waarbij nieuwe terminologie en definities geintroduceerd worden.
Dit boek verschaft docenten, studenten en allen die betrokken zijn bij hedendaagse muziek geen historische maar een analytische benadering van twintigste eeuwse muziek. Het weerspiegelt Ton de Leeuws diepe inzicht in het compositieproces. Aan de hand van voorbeelden van invloedrijke componisten zoals Strawinsky, Schönberg en Bartok onderzoekt de auteur de fundamentele muzikale elementen ritme, melodie, samenklank en timbre. Ook exotiek en folklore, vrije atonaliteit, dodecafonie en de periode tot 1991 komen aan bod. Door formulering van een nieuwe terminologie en definities wordt een breder inzicht verkregen in concepten die nooit tevoren systematisch onderzocht waren.
In de zeventiende eeuw ging vrijwel iedere toneelvoorstelling gepaard met muziek. Er werd niet alleen gemusiceerd tussen de bedrijven, maar ook in het toneelstuk zelf. Muziek diende als achtergrond en versiering en was functioneel geïntegreerd in de... Lees verder >>
In de zeventiende eeuw ging vrijwel iedere toneelvoorstelling gepaard met muziek. Er werd niet alleen gemusiceerd tussen de bedrijven, maar ook in het toneelstuk zelf. Muziek diende als achtergrond en versiering en was functioneel geïntegreerd in de handeling van het drama. Uit de rekeningen van de Amsterdamse Schouwburg blijkt dat men professionele musici in dienst had; daarnaast werd er gezongen en gedanst door de acteurs.In navolging van buitenlandse toneelmuziekstudies wordt in dit boek voor het eerst uitvoerig aandacht besteed aan de zeventiende-eeuwse theatermuziek in de Nederlanden. Centraal staat de toneeldichter Jan Harmensz Krul, die de muziek op vakkundige manier in zijn toneelstukken verweefde en die in 1634 de Amsterdamse Musyck-kamer oprichtte – een stichting die geheel gewijd was aan het samengaan van poëzie en muziek op hettoneel. Aan de hand van vijf karakteristieke muzikale scènes uit zijn werk (de wachterscène, gevangenisscène, serenade, offerscène en slaapscène) wordt een beeld geschetst van de toenmalige Amsterdamse toneelmuziekpraktijk.Zulke muzikale scènes waren ook geliefd bij andere toneeldichters, in binnen- en buitenland. Zij hadden voor het publiek een signaalfunctie: het waren direct herkenbare situaties, ijkpunten in het drama, die standaard met muziek werden geassocieerd. Dichters varieerden hierop naar hartelust. Voor toneelschrijver en toeschouwer waren die stereotiepemuzikale scènes wat muziek was voor de personages in de toneelstukken: een effectief middel om te manipuleren – een perfecte verleiding, van oog, oor en hart.
rijk geillustreerd. met een geschiedschrijving door Johan Giskes, een overzicht van alle concerten, veel foto`s, interviews met ex-NJO`ers door Willem Ouwerkerk en bijdragen van Martin van Amerongen en Arthur van... Lees verder >>
rijk geillustreerd. met een geschiedschrijving door Johan Giskes, een overzicht van alle concerten, veel foto`s, interviews met ex-NJO`ers door Willem Ouwerkerk en bijdragen van Martin van Amerongen en Arthur van Dijk
In de zeventiende eeuw konden mensen op tal van plekken in Brussel liedjes zingen en horen. Buiten op straat of op de markt, waar zingende marskramers hun waren probeerden te verkopen, tijdens het werk of op een uitstapje naar de kroeg, of gewoon... Lees verder >>
In de zeventiende eeuw konden mensen op tal van plekken in Brussel liedjes zingen en horen. Buiten op straat of op de markt, waar zingende marskramers hun waren probeerden te verkopen, tijdens het werk of op een uitstapje naar de kroeg, of gewoon gezellig thuis, samen met het gezin of onder vrienden.‘k Ben getrouwt met een quay Griet. 17de-eeuwse liederen uit en over Brussel blaast het omvangrijke en diverse repertoire van gezangen uit die periode nieuw leven in. Via twee cd’s maak je kennis met een selectie uit de liederenschat: liedjes die over Brussel gaan, liederen die de Brusselse couleur locale uit die tijd uitstralen, heiligenliederen, amoureuze liederen, feestliederen…In het boek vind je de originele tekst en een eigentijdse vertaling van de liedjes. MAARTJE DE WILDE geeft bij elke tekst een inhoudelijke toelichting, bespreekt de thema’s die aan bod komen en de literair- en cultuurhistorische achtergrond waarbinnen deze liederen het licht zagen. Zo komt het Brusselse muziekleven uit de zeventiende eeuw opnieuw tot leven!
Canon van de rooms-katholieke kerkmuziek in Nederland met een inleiding door Frits Oostrom.Onze westerse cultuur is diepgaandbeïnvloed door de muziek die vanuit het christendom is ontstaan. In deze Canon komen we de grote namen en ontwikkelingen van de... Lees verder >>
Canon van de rooms-katholieke kerkmuziek in Nederland met een inleiding door Frits Oostrom.Onze westerse cultuur is diepgaandbeïnvloed door de muziek die vanuit het christendom is ontstaan. In deze Canon komen we de grote namen en ontwikkelingen van de westerse cultuurgeschiedenis tegen.De 23 vensters van deze geïllustreerde Canon bieden een inkijk in de ont-wikkelingen van de kerkmuziek in katholiek Nederland aan de hand van personen, composities, zangbundels en stromingen. Ze zijn te beschouwen als iconen van de katholieke kerk-muziek. uitgave in samenwerking met de redactie van het Gregoriusblad.
De hier bijeengebrachte Indonesische volksliederen zijn tijdens en na de onafhankelijkheidsstrijd (1945-1949) ontstaan. Het gaat om zogenaamde heroïsche, nationale en provinciale liederen. Ook zijn enige liederen van na 1966 opgenomen. Telkens wordt de... Lees verder >>
De hier bijeengebrachte Indonesische volksliederen zijn tijdens en na de onafhankelijkheidsstrijd (1945-1949) ontstaan. Het gaat om zogenaamde heroïsche, nationale en provinciale liederen. Ook zijn enige liederen van na 1966 opgenomen. Telkens wordt de bladmuziek weergegeven naast de oorspronkelijke tekst en de Nederlandse vertaling. De verschillende volksliederen worden in hun historische context geplaatst, en inhoudelijk en musicologisch besproken.Aan de heroïsche liederen (Kroncong Revolusi) wordt de meeste aandacht besteed. Ze werden gezongen als strijdliederen en bevatten meeslepende teksten en melodieen " veelal van Ismail Marzuki ", waarin wordt opgeroepen om aan de strijd deel te nemen. Bij de viering van het gouden jubileum van de natie Indonesie in 1995 zijn ze als symbool van de nationale geschiedenis weer ten gehore gebracht. De meeste heroïsche liederen zijn krontjongliederen. Krontjong is een eeuwenoud genre van populaire muziek met een specifieke instrumentele begeleiding. De presidenten Soekarno (1945-1966) en Soeharto (1966-1998) hebben tijdens hun regeringsperiode veel aandacht besteed aan de eigen cultuur om de identiteit en eenheid van het land te bevorderen. Er zijn veel nationale liederen gecomponeerd met als voornaamste themas: trouw aan het land en eensgezindheid. De auteur laat zien aan welke verandering de cultuur in Indonesie na de onafhankelijkheid onderhevig is geweest. De cultuur is er nog altijd een staatsaangelegenheid, met veel aandacht voor de regionale kunst.In 1949 kreeg de Nederlander Jos Clebr de opdracht het Indonesische volkslied op de melodie van het bestaande volkslied Indonesia Raya uit 1928 te orkestreren. Zijn niet eerder gepubliceerde verhaal over hoe dit afliep, is in dit boek opgenomen.De bijgevoegde CD bevat 39 fragmenten van de behandelde liederen.Drs. Ans Gommers-Dekker (1937) is etnomusicoloog en geïnteresseerd in de wijze waarop muziek onderdeel is van de tijdgeest. In de themas van de lezingen die zij verzorgt, komt dit tot uitdrukking.
Aan de hand van voorbeelden van invloedrijke twintigste eeuwse componisten, onderzoekt Ton de Leeuw de fundamentele muzikale elementen zoals ritme, melodie, samenklank en timbre. Deze heldere analyse verschaft een breder inzicht in concepten die nooit... Lees verder >>
Aan de hand van voorbeelden van invloedrijke twintigste eeuwse componisten, onderzoekt Ton de Leeuw de fundamentele muzikale elementen zoals ritme, melodie, samenklank en timbre. Deze heldere analyse verschaft een breder inzicht in concepten die nooit tevoren systematisch onderzocht waren, waarbij nieuwe terminologie en definities geintroduceerd worden.
Dit boek verschaft docenten, studenten en allen die betrokken zijn bij hedendaagse muziek geen historische maar een analytische benadering van twintigste eeuwse muziek. Het weerspiegelt Ton de Leeuws diepe inzicht in het compositieproces. Aan de hand van voorbeelden van invloedrijke componisten zoals Strawinsky, Schönberg en Bartok onderzoekt de auteur de fundamentele muzikale elementen ritme, melodie, samenklank en timbre. Ook exotiek en folklore, vrije atonaliteit, dodecafonie en de periode tot 1991 komen aan bod. Door formulering van een nieuwe terminologie en definities wordt een breder inzicht verkregen in concepten die nooit tevoren systematisch onderzocht waren.
Al jaren geldt Geschiedenis van de westerse muziek als standaardwerk op het gebied van de muziekgeschiedenis van Europa en de Verenigde Staten. In dit handboek zijn meer dan twintig eeuwen - van de theorieën van de oude Grieken tot de minimal music van... Lees verder >>
Al jaren geldt Geschiedenis van de westerse muziek als standaardwerk op het gebied van de muziekgeschiedenis van Europa en de Verenigde Staten. In dit handboek zijn meer dan twintig eeuwen - van de theorieën van de oude Grieken tot de minimal music van Philip Glass - op een begrijpelijke en overzichtelijke manier in kaart gebracht.
De liedboeken zijn een tastbare herinnering aan de levendige zeventiende-eeuwse liedcultuur. Jong en oud, arm en rijk: iedereen zong, van de wieg tot het graf. Natascha Veldhorst laat de diversiteit en originaliteit van het genre zien. Daarnaast bevat... Lees verder >>
De liedboeken zijn een tastbare herinnering aan de levendige zeventiende-eeuwse liedcultuur. Jong en oud, arm en rijk: iedereen zong, van de wieg tot het graf. Natascha Veldhorst laat de diversiteit en originaliteit van het genre zien. Daarnaast bevat het boek vele verrassende illustraties die onderstrepen hoezeer het zingen en de liedboeken destijds in het dagelijkse bestaan waren geïntegreerd.Liedboeken waren lange tijd enorm geliefd bij de Nederlandse bevolking. Het genre werd uitgevonden in de zestiende eeuw, maar bleef nog eeuwen daarna populair. Vooral de Gouden Eeuw kende een indrukwekkende bloei, met honderden bundels in uiteenlopende formaten, prijzen en uitvoeringen. In kwantiteit en kwaliteit was de Nederlandse situatie uniek. Nergens in Europa werden de liedboeken met zoveel energie en enthousiasme geproduceerd en aangeschaft. Zingend door het leven is gewijd aan dit fascinerende cultuurhistorische verschijnsel. Het boek gaat uitvoerig in op de vormgeving en de inhoud van de liedboeken, de verhouding tussen nieuw gecomponeerde en bestaande muziek, de invloed van uitgevers en drukkers, de connecties tussen de liedcultuur en het theater, de populariteit van amoureuze liedboeken bij de jeugd, en het verzet vanuit religieuze hoek tegen de meeslepende invloed van de muziek. Thematische hoofdstukken worden afgewisseld met twaalf korte intermezzi over afzonderlijke liedboeken, die de grote diversiteit en originaliteit van het genre laten zien. Verrassende illustraties benadrukken hoezeer de zangbundels in het dagelijks bestaan waren geïntegreerd. Liedboeken, schilderijen en prenten vormen een tastbare herinnering aan onze levendige zeventiende-eeuwse liedcultuur. Jong en oud, arm en rijk: iedereen zong, van de wieg tot het graf.
Het Gregoriaans is de oudste muziek van West-Europa die bewaard is gebleven. Het heeft zich, tijdens de barre eeuwen van de Grote Volksverhuizing, ontwikkeld uit elementen die het christendom aan de synagoge ontleende, en kreeg gestalte in de kloosters... Lees verder >>
Het Gregoriaans is de oudste muziek van West-Europa die bewaard is gebleven. Het heeft zich, tijdens de barre eeuwen van de Grote Volksverhuizing, ontwikkeld uit elementen die het christendom aan de synagoge ontleende, en kreeg gestalte in de kloosters en zangcolleges van Rome. Zoals wij het nu kennen, werd het – vanaf de negende eeuw – op schrift gezet in het rijk van de Karolingers, waar vooral de koorschool van Metz internationale faam had verworven. Het notenschrift kwam nog maar juist op tijd: de Germaanse inbreng leidde tot een koerswijziging in de Europese muziekgeschiedenis, waardoor het zuidelijke en zelfs nog half-oosterse Gregoriaans geleidelijk geïsoleerd kwam te staan. Het is vreemd dat over de muzikale cultuur van die donkere eeuwen in onze taal eigenlijk geen goed handboek te vinden is. Misschien was het wachten op een tijd als de onze, waarin we het Gregoriaans in een ander perspectief kunnen zien: meer als cultureel erfgoed dan als verplicht bestanddeel van een rooms-katholieke eredienst waarmee niet iedereen binding heeft. In het eerste, grootste gedeelte van dit boek wordt met forse, zekere streken een portret geschilderd van die lange eeuwen waarin de onwereldse, naar binnen gerichte gezangen van het Gregoriaans zijn ontstaan. In het tweede gedeelte wordt, toegelicht door muziekvoorbeelden in moderne transcriptie, een ook voor geïnteresseerde leken toegankelijke schets gegeven van de opbouw en de structuur van het Gregoriaans. Het boek verscheen oorspronkelijk in 1981. Etty Mulder verzorgde een nieuwe inleiding.
De componist Constant van de Wall klaagde dat Indische componisten in de muziekgeschiedenis niet werden opgemerkt of domweg werden overgeslagen. De oostenwind waait naar het westen haalt Indische componisten en Indische composities eindelijk uit de... Lees verder >>
De componist Constant van de Wall klaagde dat Indische componisten in de muziekgeschiedenis niet werden opgemerkt of domweg werden overgeslagen. De oostenwind waait naar het westen haalt Indische componisten en Indische composities eindelijk uit de vergetelheid. Henk Mak van Dijk vertelt het fascinerende levensverhaal van componisten, die zich lieten inspireren door gamelan- en krontjongmuziek zoals Constant van de Wall, Paul Seelig, Linda Bandara, Bernhard van den Sigtenhorst Meyer, Frans Wiemans, Theo Smit Sibinga en Fred Belloni. Frans Schreuder beschrijft in zijn bijdrage aan dit boek de ontwikkeling van het Europese muziekleven in Indië. De cd bij dit boek geeft unieke voorbeelden van muziek uit Indië in oude en nieuwe opnamen: gamelanmuziek, besproken door Jaap Kunst, historische opnamen van Constant van de Wall met zijn vrouw Maria, krontjong van Belloni en het orkest Eurasia, en opnamen van Renate Arends, zang en Henk Mak van Rijk, piano. Archiefmateriaal vormt de belangrijkste bron van informatie over Indische componisten en hun muziek, aangevuld met gesprekken met nazaten, materiaal afkomstig uit privécollecties en berichten uit de Nederlandse en Indische pers. Met de talloze foto's en afbeeldingen levert dit een uniek boek op over de verzonken wereld van de Indische componisten.
Hoe herken je Gregoriaans, muziek uit de Renaissance, Barokmuziek, muziek uit de Klassieke periode, Romantiek, Impressionisme, Expressionisme?
Ervaren beluisteraars van klassieke muziek kunnen op het gehoor meestal wel 'intuitief' vaststellen uit welke... Lees verder >>
Hoe herken je Gregoriaans, muziek uit de Renaissance, Barokmuziek, muziek uit de Klassieke periode, Romantiek, Impressionisme, Expressionisme?
Ervaren beluisteraars van klassieke muziek kunnen op het gehoor meestal wel 'intuitief' vaststellen uit welke stijlperiode een compositie ongeveer stamt ("O ja, dat is typisch Barokmuziek"), maar vinden het vaak moeilijk te verwoorden waarom dat zo is. Hiertoe is het belangrijk kennis te hebben van de ontwikkeling van stijlkenmerken in de muziekgeschiedenis, waaraan verrassend `logische' patronen ten grondslag blijken te liggen.
Dit boek legt die patronen in grote lijnen bloot. Daartoe worden de verschillende stijlperioden onderworpen aan een analyse van stijlkenmerken als stemvoering, toonomvang, toonstelsel, melodievorming, ritmiek, harmonie, structuur, verhouding van tekst en muziek. De behandelde stijlperioden zijn: Middeleeuwen, Renaissance, Barok, de Klassieke periode, Romantiek, Impressionisme en de Twintigste eeuw (Expressionisme, Neoclassicisme en enkele `moderne' stromingen).
Dit boek (inclusief een zeer uitgebreide verklarende woordenlijst en een cd met 38 luistervoorbeelden) biedt een compacte cursus voor muziekleerlingen en -studenten en een ieder die een handzaam overzicht wil hebben van de muzikale stijlgeschiedenis. Kennis van de stijlgeschiedenis en luistervaardigheid gaan hand in hand. Het uiteindelijke doel van dit boek is dan ook de vergroting van de luistervaardigheid.
De pers:"Zeer goed boek."- Leesidee, juni 2000
"Voor studenten conservatorium een directe aanrader"- M&O, november/december 1999
De auteur:Wouter Steffelaar is als docent Muziekwetenschap verbonden aan de Open Universiteit.
De Russische muziek staat op dit moment in de belangstelling, getuige onder andere de populariteit van Valery Gergejev en zijn Rotterdamse muziekfestivals. Deze belangstelling bestaat over de volle breedte van het repertoire van een groot aantal... Lees verder >>
De Russische muziek staat op dit moment in de belangstelling, getuige onder andere de populariteit van Valery Gergejev en zijn Rotterdamse muziekfestivals. Deze belangstelling bestaat over de volle breedte van het repertoire van een groot aantal Russische componisten, van Glinka tot Sjostakovitsj.
De kennis over deze muziek en haar achtergronden loopt sterk achter bij haar populariteit. De herziene uitgave van de Geschiedenis van de Russische muziek voorziet in de behoefte aan een analytische geschiedenis, met aandacht voor de achterliggende geschiedenis van ideeen, cultuur en politiek.
Tussen 1933 en 1945 zijn complete bevolkingsgroepen van de aardbodem verdwenen. Onder hen ontelbaar veel uitvoerende en scheppende musici. De namen die we onthouden hebben, die we nog kennen of weer hebben leren kennen, vormen slechts een klein deel van... Lees verder >>
Tussen 1933 en 1945 zijn complete bevolkingsgroepen van de aardbodem verdwenen. Onder hen ontelbaar veel uitvoerende en scheppende musici. De namen die we onthouden hebben, die we nog kennen of weer hebben leren kennen, vormen slechts een klein deel van wat verloren is gegaan.
Een themaproject over 'entartete Musik', zoals Jan Zekveld voor de Zaterdagmatinee in samenwerking met Michael Haas over meerdere series in het seizoen 2004-2005 geprogrammeerd heeft, is de aanleiding voor een boek over dat thema in het Nederlands. Vooraanstaande auteurs als Michael von der Linn, Christopher Hailey, Michael Haas, Albrecht Dümling, Susan Cook, Hartmuth Krones, Emanuel Overbeeke en Leo Samama besteden aandacht aan wat Entartete Musik is, hoe de nazi's met de door hen verboden muziek en uitgebannen musici om zijn gegaan, wat er in Centraal-Europa aan voorafging en wat er na de oorlog met de als 'entartet' bestempelde muziek en hun scheppers gebeurd is.
Het verhaal over de 'entartete Musik' betreft ook de mensen die haar maakten, uitvoerden, ervan leefden. Duizenden musici werden na 1933 door de nieuwe wetten en verordeningen van het nazi-bewind getroffen, gedwongen te emigreren, beknot in hun mogelijkheden, maar ook gevangen gezet en tenslotte vermoord. Binnen een enkele generatie had het culturele hart van Centraal-Europa een totaal ander aanzien gekregen. Na de oorlog kon slechts een fractie van wat voorheen was, hersteld worden. Nog steeds, inmiddels al meer dan zeventig jaar na de machtsovername van de nazi's kunnen we ons nauwelijks een beeld vormen van wat was en wat verloren is gegaan. Dit boek hoopt daaraan een kleine bijdrage te kunnen leveren.
Leo Samama (1951) studeerde muziekwetenschappen in Utrecht en compositie bij Rudolf Escher. Hij was als docent verbonden aan het Utrechts Conservatorium en de Universiteit Utrecht, als programmeur aan de NCRV, het Residentie Orkest, de Nederlandse Muziekdagen 2001 en tal van podium- en radioprojecten. Zijn composities worden veelvuldig uitgevoerd. Zijn boek Zeventig jaar Nederlandse muziek, 1915-1985 is een erkend standaardwerk.
Emanuel Overbeeke (1958) studeerde muziekwetenschap in Utrecht bij Marius Flothuis en in New York bij Charles Rosen.Hij schreef Het dilettantenmasker afgelegd - Vestdijk en de muziek (Leiden 1991), Muzikale dubbellevens - composities met een tweede naam (Utrecht 1991), Stravinsky in de spiegel van zijn tijd (Bloemendaal 1994), Klassieke muziek - over Vivaldi en Stravinsky (Utrecht 1995), Chopin - De man en zijn muziek (Utrecht 1999),Zwanenzangen - klassieke componisten en de dood (Baarn 2001). Daarnaast publiceerde hij artikelen en programmatoelichtingen en recensies van boeken en cd's. Binnenkort verschijnt Claude Debussy - leven en werken.
Helder en informatief naslagwerk over de geschiedenis van het kerklied en de kerkmuziek.
Aan de bijbelse opdracht 'houdt dan de lofzang gaande' ; is in de geschiedenis door de kerk op zeer gevarieerde wijze vormgegeven. Onder invloed van onder andere de... Lees verder >>
Helder en informatief naslagwerk over de geschiedenis van het kerklied en de kerkmuziek.
Aan de bijbelse opdracht 'houdt dan de lofzang gaande' ; is in de geschiedenis door de kerk op zeer gevarieerde wijze vormgegeven. Onder invloed van onder andere de muzikale cultuur en de theologie kreeg het kerklied steeds een andere vorm en plaats binnen de eredienst.
Zo gaven de verschillende kerkelijke tradities binnen het christendom ieder hun eigen kleur aan het kerklied en op tal van momenten in de kerkgeschiedenis was het kerklied een aanleiding tot felle conflicten. In Het kerklied wordt een boeiend overzicht geboden van de geschiedenis en de verschillende vormen van het kerklied binnen de christelijke kerk van het Westen.
Beginnend bij de Vroege Kerk beschrijven de auteurs de ontwikkeling van het kerklied in de (oud)katholieke, de anglicaanse, de lutherse en de calvinistische traditie tot op dit moment. Ook de kleinere stromingen en recente ontwikkelingen komen aan de orde. De auteurs plaatsten het beschreven kerklied steeds in de culturele en theologische context van de betreffende tijd. Het kerklied is een toegankelijk naslagwerk voor eenieder die zich wil verdiepen in de kerkmuziek....
De auteur:Aan dit boek werden bijdragen geleverd door prof.dr. J.P. Boendermaker, drs. P. Endedijk, drs. M.J.M. Hoondert, H. Jansen dr. J.R. Luth, drs. H. Mudde, J. Pasveer, dr. K. Ouwens, dr. J. Smelik, mgr.drs. J.W.M. Valkestein, .dr. A.M.J. Zijlstra.