Kitty, Aggie en Francien zijn zusjes. Aggie heeft een dochter, Sophie, met wie ze een kapsalon drijft. Kitty laat haar haar doen, en in het Noordlimburgse dorp waar ze wonen lijkt weinig aan de hand te zijn. Tot jongste zus Francien besluit haar woonplaats Amsterdam te verlaten en haar zusjes op te zoeken. Een ogenschijnlijk perfect huwelijk voor Kitty, een huwelijk op de klippen voor Aggie, en helemaal geen huwelijk voor Francien. Terwijl de laatste asperges uit de grond worden gehaald, maakt oud zeer ruimte voor nieuwe pijn, maar gelukkig gaat dochter Sophie haar eigen gang.
bron: T.I.N:
De stukken van Frank Houtappels zijn eigentijdse zedenkomedies, met een trefzekere weerspiegeling van de cultuur van de Nederlandse middenklasse. In Aan het eind van de aspergetijd confronteren drie zusters uit Limburg die de middelbare leeftijd hebben bereikt, elkaar met wat ze tot dan toe van hun leven gemaakt hebben. Francien is actrice geworden en heeft voor Limburgse begrippen een liederlijk leven in Amsterdam achter de rug, is kinderloos gebleven en heeft geen vaste partner. Aggie heeft haar hele leven de enige kapsalon in het dorp bestierd. Haar hoop voor de toekomst is dat haar dochter Sophie de zaak overneemt. Kitty tenslotte is met Wim, de plaatselijke arts getrouwd en zet zich al enkele jaren in voor liefdadigheidsinstellingen als Foster Parents. Op de achtergrond scharrelt de dochter van Aggie, Sophie, die begin twintig is. Ze is net voor het eerst verliefd geworden op een illegale Poolse arbeider, die op de naburige boerderij helpt met de aspergeoogst.
Als Francien eens een nachtje bij Aggie komt logeren, brengen de drie zussen de avond met elkaar door. Met een fles sterke drank op tafel komen er een paar spectaculaire skeletten uit de kast. Het huwelijk van Kitty blijkt een farce te zijn: haar Wim is homoseksueel. De carrière van Francien blijk nooit echt van de grond te zijn gekomen en helemaal in het slop te zitten en de volgende ochtend, als iedereen slaapt, pleegt Aggie verraad jegens haar dochter. Ze spelt de werkgever van de Pool op de mouw dat de jongen Sophie heeft aangerand en raadt hem aan de jongen te laten verdwijnen.
Zo gaat dit stuk Houtappels verder waar de meeste zedenkomedies ophouden. De zwaktes en fouten in de karakters van de personages worden niet met mededogen vergoelijkt, maar juist onderstreept. De personages roepen mededogen op, omdat de situatie die Houtappels schetst zo herkenbaar is, dat de toeschouwer direct aan zichzelf en zijn familieleden zal moeten denken. De toeschouwer kan de personages onmogelijk afwijzen om hun zwaktes, hij kan slechts constateren dat ondanks de zorgeloosheid om het bestaan, ons leven nog steeds tamelijk heftig is.
Aan het eind van de Aspergetijd is een eigentijdse zedenkomedie over vrouwen die worstelen met het ouder worden en zich afvragen wat een zuster nog voor ze kan betekenen.
Personages
Francien, midden veertig
Kitty, eind veertig
Aggie, eind veertig
Sophie, dochter Aggie, begin twintig
Fragment
FRANCIEN: O nee zusje, zo zijn we niet getrouwd. Het zit je nogal dwars geloof ik, dat ik leef zoals ik dat wil. Ik heb er geen zin in me klem te draaien in een huwelijk dat geen kans van slagen heeft.
KITTY: Waar heb je het over?
AGGIE: Je overdrijft wel vind ík, doe maar niet.
FRANCIEN: Je weet heel goed waar ik het over heb. Ik neem geen genoegen met de helft, of bijna goed, en dat is precies wat jij wel gedaan hebt. En nu valt het ineens tegen en trap je van je af, richting mij. Je zit al de hele avond naar me te prikken. Ik heb geen zin om de pispaal te zijn.
KITTY: Wie neemt er hier genoegen met de helft? Jij bent over de veertig en moederziel alleen.
AGGIE: Kitty, niet doen.
FRANCIEN: Ik ben tenminste bewust alleen, maar hoe zit dat met jou? Nu Marcel de deur uit is en Wim...
KITTY: Vertel het eens Francien. Hoe ligt het met Wim?
AGGIE: Zal ik nog maar eens bijvullen?
FRANCIEN: Graag. En laten we hier in godsnaam over ophouden.
KITTY: Dat dacht ik ook.
FRANCIEN: Ik ben niet moederziel alleen.
AGGIE: We zouden er over ophouden. Maar het is je eigen schuld Fransje. Dan had je het haar maar moeten vertellen. Zal ik het haar vertellen?
KITTY: Wat vertellen?
AGGIE: Nou Fransje, vertel.
FRANCIEN:
Ik vertel niks. Zij heeft natuurlijk meteen haar oordeel klaar.
AGIE: Fransje heeft net een abortus gehad.
KITTY: Was jij zwanger dan?
AGGIE: Daarom kwam dat zo bot over, wat je net zei, over die kinderen. Hè, Francien?
KITTY: Van wie was jij zwanger?
AGGIE: Van eh... Hoe heette hij?
FRANCIEN: Guao.
AGGIE: Die heeft haar laten zitten en toen kon ze het moeilijk houden. Je mag best wat meer compassie met haar hebben.
KITTY: Ik peins er niet over. Als ze het had gehouden had ik compassie gehad. Niet met haar, maar met dat arme kind
FRANCIEN: Godverdomme.
AGGIE: Nou nou nou…
KITTY: Weet Wim hier van?
AGGIE: Wat heeft Wim hier nou weer mee te maken? Als die Argentijn het maar weet.
FRANCIEN: Guao weet het.
KITTY: Geloof je het zelf? Zullen we die Guao nou maar even laten rusten?
AGGIE: Hou nou toch op Kit.
KITTY: Ze zit te liegen, Agnes.
AGGIE: Waarom zou ze liegen over zoiets?
KITTY: Waarom niet? Ze is gek op liegen en de kluit belazeren. Ze heeft er haar vak van gemaakt. Ze is nooit zwanger geweest van die Argentijn.
AGGIE: Van wie dan wel?
FRANCIEN: Daar ben ik ook benieuwd naar.
KITTY: Ik wil alleen maar zeggen dat ik van ganser harte hoop dat je gauw een leuke vent voor jezelf vindt. Dan hou je misschien op met Wim constant te bepotelen.
FRANCIEN:
Wat krijgen we nou?
AGGIE: Nou zit er toch een vliegje in mijn glas.
KITTY: Ik heb je nog in bescherming genomen. Ik heb het voor je goedgepraat. Ik dacht, hij heeft haar verleid, hij is mooi, en aantrekkelijk. en jij bent een mooiere versie van mij. Je bent spannend en onafhankelijk en in het weekend waarschijnlijk erg alleen. Met de zeden heb je het nooit zo nauw genomen, en nu is het een keer gebeurd dat mijn man met mijn zuster het bed in duikt. Het is te ordinair voor woorden en ik was bereid het te vergeten, maar jullie moesten zo nodig op herhaling blijven gaan en nu kom je hier en gaat het me nog inwrijven ook.
AGGIE: Is dit waar Francien?
FRANCIEN: Natuurliik niet
KITTY: Lieg niet! Je hebt me waar je me hebben wilt, in de verdediging. Je hebt altijd al stiekeme trappen naar me uitgedeeld. Toen Wim en ik trouwden deed je er al alles aan om het feest te vergallen. Je kan me gewoonweg niet gelukkig zien. God weet waarom maar je moet wel een hekel aan me hebben.
FRANCIEN: Ik kan niet geloven dat je dat van me denkt.
KITTY: Geloof het maar wel. Vanaf nu gaat het tussen ons, zusje.
Ik zal Wim verbieden nog naar zo'n zogenaamd congres te gaan. De maat is vol. Dacht je nu werkelijk dat ik op mijn achterhoofd gevallen ben? Steeds, als hij nog maar koud de deur uit was, heb ik naar de RAI gebeld. Een pluimveetentoonstelling, een symposium over homosexualiteit en krijgsmacht, rommelmarkten, postzegelbeurzen, bijeenkomsten van berofielen en parapsychologen, maar nooit had het ook maar iets met de artsenij te maken. Ik weet het al lang, het was te verschrikkelijk om hardop te zeggen maar je dwingt me er toe. Ik wil dat het stopt. Ik wil dat jullie stoppen. Na vanavond wil ik je nooit meer zien.
AGGIE: Heilige Maria, wat een bezoeking.
FRANCIEN: Mag ik nu even?
KITTY: Je mag weggaan. Nee. Blijf jij maar. Ik ga.
Ik heb geen genoegdoening, ik weet niet wat ik je aan moet doen.